Het blijft een moeilijk gegeven. Wat is in de kunsteducatie nu de verhouding tussen product en proces? Graag jullie mening hierover.
In de eerste plaats zou je kunnen besluiten dat het proces het belangrijkste is. De deelnemer werkt aan zijn eigen vaardigheden, inzichten en attitude. Dat staat toch voorop? Maar wat als je dan een toonmoment beloofd? Het product kan alle kanten uitgaan en niet representatief zijn voor de docent/organisatie die de sessie gaf. Uiteraard kan je steeds je geweten sussen door te zeggen: “Maar het was een goed proces!”
Ikzelf ben ervan overtuigd dat je als docent gerust mag weten waar je naartoe werkt, wat je concept is van het eindproduct. Op die manier kan je de deelnemer een goed proces aanbieden. Met jouw ervaring laat je de deelnemer één van de processen meemaken om te komen tot een product dat voldoet aan de eisen van de docent of organisatie. Natuurlijk is het maar 1 manier en subjectief. Het is de manier van de docent. Maar, leer je niet eerst door te kopiëren? Laat deelnemers dus goede toonmomenten maken in geleide processen waarbinnen ze voldoende vrijheid krijgen. Hun zelfvertrouwen wordt niet gefnuikt omdat ze een mooi resultaat hebben behaald en ze hebben materiaal om nu zelf een soortgelijk proces te doorlopen.
Hoe zijn andere ervaringen? Waar zitten de valkuilen? Ben ik nu als docent niet te hard regisseur ipv docent? Allemaal vragen die een antwoord mogen krijgen.





